
De bijdrage berekening is afhankelijk van verschillende droogkuiseigen parameters. Om na te gaan hoe deze bijdrage moet berekend worden voor uw aanvraag, kan u terecht in het document “Toetredingsbijdragen”. Na het volledig en ontvankelijk verklaren van uw aanvraag, zal VLABOTEX voor u deze berekening uitvoeren en voorleggen.
Financiële draagkracht en vervuilingsgraad.
De financiële draagkracht wordt bij actieve bedrijven bepaald op basis van de VLAREM-klasse en de omzet, bij stopgezette bedrijven op basis van het geïndexeerd K.I. 2006.
De vervuilingsgraad wordt bepaald op basis van de concentraties in het grondwater van de parameters perchlooretheen, trichlooretheen, dichlooretheen en vinylchloride.
Jawel: de bijdrage houdt rekening met de financiële draagkracht van het bedrijf of van de eigenaar.
Bovendien wordt de jaarlijkse bijdrage voor de sanering van historische verontreiniging ten gevolge van droogkuisactiviteit beperkt gehouden door enerzijds 50% subsidie van de Vlaamse overheid en anderzijds de spreiding van de betaling over 30 jaar.
De bijdrage ineens betalen kan. In dit geval is er een tegemoetkoming voorzien, zodat dit voor de contractant ook interessanter wordt.
Bij overlijden van een natuurlijk persoon speelt de erfeniswetgeving. De erfgenamen kunnen de overeenkomst verderzetten.
Het betreft hier “andere verontreiniging dan historische door droogkuisactiviteit”. Voor dergelijke verontreiniging wordt de reële totale kost (incl. werkingskosten) ineens doorgerekend na voorafgaande kostenraming en het sluiten van de gepaste overeenkomst.
Zie documenten “Aanvraag tot vrijwillige toetreding”, “Verplicht bij te voegen bijlagen bij een toetredingsaanvraag”, “Toelichtingsnota”.
Als aansluitingsvoorwaarde wordt gesteld dat er bij de aanvraag een “recent OBO” dient gevoegd te worden. De gehanteerde ouderdom van het OBO geberust op basis van de datum van het rapport. Het rapport mag vervolgens niet ouder zijn dan 5 jaar te rekenen vanaf de datum van de indiening van de aanvraag.
Altijd is er een recent OBO nodig. In sommige gevallen kan er wel info uit het BBO gebruikt worden, in aanvulling op het, eventueel geactualiseerde, OBO.
Er is geen datum vastgelegd in de reglementering van VLABOTEX. Wel wordt vereist dat er kan aangetoond worden dat er een droogkuisexploitatie geweest is op het betreffende terrein en wie ervoor saneringsplichtig is in geval van verontreiniging.
Bij een vandaag nog actief bedrijf is er een BPBP-plicht. Hiervoor is het altijd interessant om aan te sluiten.
Indien er geen verontreiniging is, is er geen saneringsplicht en is er dus geen voorwerp om een contract af te sluiten voor de overdracht van de saneringsplicht.
U kunt ofwel de procedure volgens de bodemwetgeving volgen (dit kan lang duren, u kunt ineens grote kosten hebben) ofwel kunt u toetreden tot VLABOTEX (mits afsluiten van een contract van 30 jaar, met als gevolgen: een gespreide kost die 50% bedraagt i.g.v. historisch droogkuis, een mogelijkheid tot overdragen, optie ineens betalen of verwerver neemt contract over).
Ofwel aansluiten bij VLABOTEX en daarna wordt verkopen mogelijk, mits voorwaarden, ofwel alles zelf doen en ineens volledige sanering en kost dragen en pas daarna verkopen.
Gemengd: spelregels per onderdeel indien afsplitsbaar; zoniet: alles ofwel nieuw ofwel historisch. Versoepeling in nieuwe bodemwetgeving: nu kan gemengd volledig historisch worden ook (vroeger was dit altijd volledig nieuw).
RvB voorziet (gedeeltelijke) terugbetaling van reeds gemaakte kosten, mits voorwaarden (recent, bruikbaar voor VLABOTEX, facturen voorleggen, plafonds aan terugbetaling). Over dit thema is er momenteel nog een wettelijke discussie lopende over de subsidieerbaarheid van de terugbetalingen. Samen met de OVAM wordt er naar een oplossing gezocht.
RvB voorziet (gedeeltelijke) terugbetaling van reeds gemaakte kosten, mits voorwaarden (recent, bruikbaar voor VLABOTEX, facturen voorleggen, plafonds aan terugbetaling). Over dit thema is er momenteel nog een wettelijke discussie lopende over de subsidieerbaarheid van de terugbetalingen. Samen met de OVAM wordt er naar een oplossing gezocht.
Fondswerking: vaste bijdragen gedurende 30 jaar.Na ondertekening is het contract vast. De bijdrage wordt bepaald in functie van de financiële draagkracht en de vervuiling. De bijdrage staat niet in directe relatie tot de reële saneringskost. Enkel indien de reële saneringskost de € 500.000,00 overschrijdt of hoger is dan 2 maal de som van de effectief betaalde jaarlijkse bijdragen, dient er een verrekening te gebeuren.
De contractduur is vast bepaald op 30 jaar (of vanaf ondertekening tot en met 2036 voor latere toetreders), met jaarlijkse bijdragen. Dit staat volledig los van het tijdstip waarop de sanering uitgevoerd wordt.
Het contract behelst de overdracht van de saneringsplicht. Niet naleven van het contract houdt in dat de saneringsplicht terugkeert. Dit houdt in dat u dan zelf moet instaan voor alle nog te ondernemen stappen en deze ook zelf moet financieren.
De verplichtingen van de contractant gaan in dit geval over op de curator.
De verplichtingen blijven bij de contractant.
Alleen het recent OBO, nodig om te kunnen toetreden tot VLABOTEX, is ten koste van de aanvrager. Na toetreding draagt VLABOTEX alle kosten voor onderzoek en sanering.
Eens aangesloten bij VLABOTEX wordt alles gecoördineerd door VLABOTEX. De volgorde van de projecten wordt vastgelegd op basis van een objectieve prioriteitenstelling. Er worden jaarlijkse saneringsprogramma’s opgesteld door VLABOTEX, goed te keuren door de OVAM. Derden hebben hier geen inspraak.
Na aansluiting wordt alles gecoördineerd door VLABOTEX.